VILTatelier BROOS

 

VILT ATELIER

In het sfeervolle en kleurrijke viltatelier ‘BROOS’ maakt Eljen Osse kunstzinnige kleding en accenten van handgemaakt vilt, sinds 2003 onder het label BROOS.

Ik werk met natuurlijke materialen, zoals diverse soorten wol, zijde en plantaardige vezels.

Het werken is een proces, een zoektocht naar nieuwe vormen en mogelijkheden. Het uitkiezen van de kleuren en het bedenken van nieuwe dessins maken het uitleggen van de wol elke keer weer spannend. De combinatie van handgemaakt vilt met een weefsel of breisel geven de jasjes hun bijzondere uitstraling . Door het evenwicht in model, dessin, textuur, kleur en vakmanschap is elk ontwerp een uniek en draagbaar kunstwerkje.

Eljen is academisch geschoold in de vakken tekenen en textiel, was 35 jaar docent modevormgeving en is nu vooral en met veel enthousiasme duizendpoot in haar atelier in Dedemsvaart.

Het atelier heeft 11 schapen, 3 gotland pels, 3 drentse heideschapen en 2 witte en 1 zwarte wensleydale longwools, 1 witte norske spelsau met haar kind, een kruising van spelsau met coloured lincoln longwool, en lijkt het meest op de vader . Hun prachtige zwarte, grijze en witte lokken zijn voor eigen gebruik en voor de verkoop. Jaarlijks na het scheren is het ook mogelijk om een hele vacht te kopen.

 

 

 

 

Wat is vilten?

VILT is de oudste techniek om een stof te maken. Logisch als je weet dat er voor vilten niet eerst een draad wordt gesponnen en dat je er geen extra hulpmiddelen zoals breinaalden, weefgetouw, of haaknaald  voor nodig hebt.

Vilt maak je met schapenwol. Deze wolvezel heeft schubben die door warmte open gaan staan waardoor de vezeltjes allemaal in elkaar gaan haken en door kou sluiten die schubjes zich weer zodat alles goed vast in elkaar zit. Die schubben zijn essentieel om een stof te kunnen maken.

Als je gaat vilten is het meest eenvoudige om met merinowol te werken die al gekaard is. Je legt op bubbeltjesplastic de wolvezels dakpansgewijs uit, eerst in een richting bijv. horizontaal en daarna nog een laag in een andere richting bijv. vertikaal, moet de stof echt dik worden kan er nog een laag wolvezels gelegd worden in de eerste richting. Dan maak je de wol nat met lauw water waarin je wat zeep opgelost hebt. Met je handen ga je eerst heel voorzichtig de natte wol pletten en daarna wrijven. Naarmate de wol steviger aanvoelt kan er harder gewreven worden. Als de stof stevig genoeg is kun je vollen door de wol te kneden en te gooien. Je ziet de wol snel krimpen. Heeft het vilt de juiste dikte bereikt dan wordt het met koud water gespoeld en gedroogd en is de stof klaar voor gebruik.

 

 

 

 

eljen@atelierbroos.nl

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *